Het is heerlijk weer en we vinden de camping van Toila zo
gezellig dat we besluiten nog maar een dag te blijven. We gaan wel even op pad
voor de nodige boodschappen. Dat doen we in Sillamae. Deze havenstad is praktisch geheel Russisch.
Toen Rusland het hier nog voor het zeggen hadden kwam deze plaats niet op
kaarten voor. Het was verboden terrein.
Waarschijnlijk omdat er uranium wordt verwerkt. De stad is verder een
voorbeeld van hoe ongezellig een Russische stad kan zijn. Met wanstaltige
betonnen flatgebouwen en winkelpersoneel dat nogal chagrijnig overkomt. We
vinden alles wat we nodig hebben in de winkel.
Jammer dat deze mensen niet meer plezier uit hun werk halen, in ieder
geval is dat plezier voor ons niet te zien.
Voor de Esten geldt dat Estland ophoudt bij Toila. De
inwoners van Sillamae en Narva (bij de Russische grens) horen er volgens de
Esten niet echt bij. Er wonen daar ook praktisch alleen maar van origine Russen.
In de middag gaan we op de fiets het Orupark bekijken. Er
zouden hier meer dan 200 plantensoorten moeten zijn. Het park is niet vlak maar
glooiend dus het fietsen valt niet mee. Er zijn beelden van beren te zien,
zelfs van 2 ijsberen. In het park is ook een begraafplaats met meer dan 2000
Duitse soldaten die in de 2e wereldoorlog gesneuveld zijn. De
begraafplaats ligt prachtig, aan de rand van de zee. Pas in 2002 is het
aangelegd.
Bij het haventje zien we dat er veel strandbezoekers zijn. Wat ons opvalt is dat er nergens een patattent staat of iets dergelijks. Er wordt wel ijs verkocht maar daar blijft het bij. Dit soort westerse economie is hier nog niet bekend.
We gaan weer terug naar de camping waar een duik in zee verkoeling brengt.
Bij het haventje zien we dat er veel strandbezoekers zijn. Wat ons opvalt is dat er nergens een patattent staat of iets dergelijks. Er wordt wel ijs verkocht maar daar blijft het bij. Dit soort westerse economie is hier nog niet bekend.
We gaan weer terug naar de camping waar een duik in zee verkoeling brengt.