zaterdag 20 juli 2013

We vertrekken van de camping van Aglona maar eerst gaan we de grote barokke kerk , de basiliek, bekijken. Het is een grote basiliek met een enorm terrein er voor. Ieder jaar komen duizenden pelgrims te voet of hoe dan ook op 15 augustus, Maria  Hemelvaart, naar de basiliek.  De pelgrims komen voor een icoon van de maagd Maria. De icoon hangt achter het altaar en heeft volgens gelovigen genezende krachten. Het is maar de vraag of de icoon echt is of een goede kopie. De icoon is geschonken door de Byzantijnse keizer Manuel Palaeologus aan de Litouwer Vytautas omdat deze benedictijner monniken naar zijn rijk had laten overkomen. In 1700 werd de icoon gekopieerd, de kopie of het origineel werd naar Aglona overgebracht toen de kerk daar werd gesticht. In 1992 heeft de paus een bezoek gebracht aan de basiliek van Aglona. Dat was een goed moment voor restauratie.

We rijden verder langs de prachtige meren naar de Sauleskalns, de zonneheuvel, 211 meter hoog. We zien iets vreemd. De weg is toegankelijk maar alle opgangen naar de heuvel zijn afgesloten. Er staan huisjes en grotere gebouwen maar alles ziet er verwaarloosd en verlaten uit. Op een parkeerplaats treffen we een Lets stel. Zij waren ook met een rondrit bezig. Hij vertelde dat de gebouwen enz 20 jaar geleden van de Sovjets waren. Na de onafhankelijkheid van Letland is er niets meer aan gedaan. Wel jammer want het meer er bij is een van de mooiste meren en in ieder geval een van de diepste. Er staat een restaurant maar dat is ook afgesloten. Er is ook een duikschool geweest. Ook zien we twee sneeuwkanonnen en een schuiver die er niet oud uit zien. Misschien wordt een deel toch noch gebruikt en ligt hier veel oud zeer?
 
We vervolgen onze route naar Kraslava. In dit dorp is een dorpsfeest gaande. Een soort braderie zouden we op Flakkee zeggen. Overal hangen de vlaggen uit. Er wordt gesport en er zijn veel speel mogelijkheden voor kinderen.  Op het marktplein wordt er gedanst. De folklore groepen hebben we gemist maar de dansmeisjes (sommigen wel heel flink) niet. Overigens valt ons op dat in de gebieden met veel etnische Russen er veel dames flink uit de kluiten gewassen zijn. En dat begint al bij de kinderen lijkt het.
Via de plaats Daugavpils rijden we naar Zarasai in Litouwen. We zijn vroeg op de camping dus kunnen we op de fiets naar het dorp. Het is niet te geloven, maar juist op de middag dat we het fototoestel maar in de camper laten,  zien we in het dorp wel 10 bruidsparen. Ze laten foto’s maken aan de rand van het meer. We worden nog overvallen door een giga donderbui maar we kunnen op tijd een schuilplaats vinden. We bekijken de basiliek maar die is hier niet indrukwekkend.

Op de camping kunnen we toch nog genieten van de zon. Wij vragen ons wel af waar alle vakantiegangers zijn want het is hier bijna uitgestorven.

vrijdag 19 juli 2013

Wat gaat het toch snel! We zijn nu 6 weken onderweg.
Het heeft gisteravond en vannacht flink gewaaid, geregend en geonweerd. Er liggen takken van bomen op de weg. Zou het mooie weer voorbij zijn?
We rijden eerst door Rezekne. Een stad waarin van het oude niet zoveel is overgebleven.  We blijven er ook niet lang.  We zien weer veel wegen in reparatie met steun van eurofondsen en ook het centrum van Rezekne is dankzij Europa helemaal vernieuwd. De A13 is of heel slecht te berijden of opgebroken wegens  nieuwbouw. We vorderen heel langzaam mede dankzij de vele verkeerslichten die het verkeer bij de wegwerkzaamheden moeten regelen.
De afslag naar Aglona, onze volgende halteplaats,  kent een veel beter wegdek. We stoppen voor wat proviandering en vinden met enige moeite de camping in Aglona.  De weg er naartoe is weer zand en gravel, maar nu van de ergste soort. 2 km wasbord, alles wat nog niet los zat in de camper is dat nu wel. Slenderen tijdens het autorijden, we worden er mager van!
Ook deze camping, die prachtig ligt aan een meer, lijkt uitgestorven, maar al snel wordt duidelijk dat dit schijn is. Morgen, zaterdag, komen 100 mensen een bruiloft vieren. Dit zal zeker niet geruisloos verlopen. En tegen de avond komen er diverse mensen per auto en zelfs een kleine toerbus die een huisje hebben gehuurd. Tenslotte verschijnt er ook nog een Nederlands stel met caravan. Het begint weer hard te waaien en te regenen.
Als het ophoudt met regenen maken we nog een korte wandeling.  We lopen wat verder langs de zandweg en komen bij een begraafplaats op een plek waar de zandweg door het meer loopt.  We vragen ons af wie zich op zo’n verlaten plek laat begraven. Het blijken vooral Russisch sprekende Letten te zijn. Ook in dit gebied is bijna iedereen van Russische afkomst. Er wordt nog steeds begraven want er zijn een paar recente graven zichtbaar.

We moeten terug want een nieuwe regenbui komt er aan. Het mooie weer is hier voorlopig even weg. Hebben ze nu in Nederland en België.  We zijn net op tijd terug in de camper.




donderdag 18 juli 2013

Alle Nederlanders verlaten de camping, ieder naar zijn eigen bestemming. Wij gaan van Aluksne naar Gulbene maar niet via de meest rechtstreekse weg maar via de weg die het beste van kwaliteit zou moeten zijn. Maar dit is weer typisch Letland. De wegen zijn ronduit slecht met veel gaten en veel wegwerkzaamheden. We zoeken een oude (nog van de Russen) raketlanceerinstallatie op maar het enige wat we vinden zijn verlaten gebouwen. Inmiddels wordt het terrein gebruikt als opslagplaats voor boomstammen. 
 Er is hier veel bos dus bosbouw komt veel voor. Voorbij Gulbene vinden we het kasteel Strameriena. Het is bekend als een van de duidelijkste Frans-neo-Renaissance voorbeelden van kastelen in Letland. De Italiaanse schrijver Guiseppi Tomasi de Lampedusa heeft hier een tijd gewoond. Een stukje verder staat een orthodoxe kerk “St. Alexander van Neva” , gelegen aan een meer.
 De zoektocht gaat verder. We zoeken de “Krusta”  dennenboom. In de bast van de boom zijn  kruizen gekerfd. Het verhaal gaat dat voor een begrafenis mensen hier een kruis in de bast van de boom kerven, wat alcohol drinken en dan verder gaan met de begrafenis. Het was al moeilijk om de plaats te vinden maar om bij de boom te komen was bijna onmogelijk. Wim heeft de sprong toch gewaagd en in het gezelschap van een stel koeien heeft hij de boom van dichtbij bekeken.
 Onze volgende camping ligt weer bij een meer. We maken een behoorlijk omweg om via goede wegen op de camping te komen. Het was echter bar en boos. Alles rammelt en trilt. We zien veel stof en nog veel meer gaten in de weg (denk aan de Belgische wegen). De camping is wel prachtig gelegen en voorlopig zijn wij de enige bezoekers. Maar de dame van de receptie zegt dat er binnen twee uren 200 gasten komen voor een tweedaagse  sportdag. We mogen wel in het bos gaan staan maar zij waarschuwt voor de herrie. Wegwezen dus. Helaas zijn de campings in dit deel van Letland dun gezaaid en we moeten nog eens 100 km rijden voor we de volgende camping bereiken. Daar kunnen we wel staan. Het is een huisjespark, gelegen aan een meer, maar er is ook plaats voor ons. Na zo’n dag is het water van het meer heerlijk verfrissend. ’s Avonds krijgen we een heuse regen- en onweerbui op ons dak ( goed tegen al het stof).

woensdag 17 juli 2013

Het is tijd om Estland te verlaten. We koersen aan op Voru en daarna op Ape  en zo richting de grens met Letland. We rijden weer door het heuvellandschap. Bij de grens met Letland merken we dat de wegen weer slechter worden. Toch proberen we steeds de hoofdwegen aan te houden maar ook die zijn niet altijd goed. We rijden naar Aluksne waar een camping aan het meer moet zijn. In Aluksne aangekomen lijkt het wel of de hele stad voorzien wordt van nieuwe wegen, het is een grote bouwput. De camping is vanwege de wegwerkzaamheden niet te bereiken maar we zoeken verder. We komen bij een klein eilandje in het meer aan en bij navraag in een café wordt ons gezegd dat we op het eilandje kunnen staan maar we moeten wel een parkeerbedrag betalen. Dat doen we en we volgen de plattegrond die bij de parkeermeter staat. We zoeken een plaats en nuttigen onze lunch. Wie schets onze verbazing als na ongeveer 15 minuten er een politiebusje naast ons stopt. We mogen hier niet staan, het kampeerterrein is op een andere plek op het eilandje, en daar mag je alleen maar met een tent staan. De agenten moeten wel eerst het bureau opbellen om te vragen hoeveel wij moeten betalen om op een parkeerplek te mogen staan. Je vraagt je af wie het wel precies weet maar in ieder geval bleek het door ons betaalde bedrag niet voor 24 uur te gelden maar voor 8 uur op de parkeerplek. Wim is wel meegegaan in het politiebusje want hij wilde perse de plattegrond laten zien bij de ingang van het eiland, waar wij op af gegaan zijn. De plattegrond en de werkelijke uitvoering van de locatie zijn niet geheel gelijk. Na Wim’s uitleg dat wij de camping niet konden vinden door alle opgebroken wegen werden we met politie escorte keurig naar de camping geleid. Zo ver ging de service dus wel.
De camping aan het meer ziet er goed uit. Tot onze stomme verbazing waren er al Nederlanders met een tent en vlak na ons kwam er nog een Nederlands stel met een caravan. Na een klein regenbuitje zijn we op de fiets naar het dorp gegaan. We moesten heel wat keren van de fiets af vanwege de opgebroken wegen. In het stadje Aluksne staat een kasteel en natuurlijk rondom het kasteel een mooi park met veel hanging baskets.
 We komen heel wat kerken tegen maar ze maken niet zo veel indruk op ons. Het oude stationsgebouw daarentegen ziet er wel weer grappig uit.

’s Avonds kletsen we met de buren (Brabo’s) over kampeerplaatsen. De buren met de caravan waren pas twee weken op pad. Hij filmt in opdracht van een reisorganisatie allerlei reisroutes.

dinsdag 16 juli 2013

Vanuit Kallaste rijden we naar Alatskivi. Daar moet een kasteel staan dat lijkt op het kasteel Balmoral in Schotland. De eigenaresse van de vorige camping heeft ons deze tip gegeven want in onze reisgids staat dit kasteel niet vermeld. Het kasteel ziet er inderdaad prachtig uit en rondom zien we een groot park en goed verzorgde bloembedden. Er blijkt in een deel van het kasteel een hotel gevestigd te zijn.
 We rijden weer verder naar Kolka en Kasepaa. We rijden nu weer langs het Peipsimeer. Er wonen hier nog oud gelovigen. Van oudsher hebben zij een icoon in huis hangen en op het erf zou een spade moeten staan. We hebben heel wat huisjes gezien maar de spade hebben we nergens zien staan. In Kolka is een museum waar de geschiedenis en de levenswijze van de oud gelovigen uitgebeeld wordt. Voor de ingang staan drie boomstammen waarin een man, een vrouw en een beer is uitgesneden.

 Wij staan voor de deur maar die blijkt pas om 11.00 uur open te gaan. Inmiddels zijn er meer bezoekers voor het museum. Om 11.00 uur gaan die mensen naar de ingang om vervolgens weer om te keren. Blijkt het museum vandaag gesloten te zijn. Ze kwamen dat ons wel keurig vertellen want wij kunnen het bord niet lezen.Dan gaan we maar hun kerkje bekijken. Weer alles gesloten. We maken wel foto’s.

We gaan op weg naar Tartu. Maar of de duivel er mee speelt, de camperplaats is niet te vinden op de gps locatie die is opgegeven. Het adres blijkt ook niet te kloppen met de gps coordinaten. Dan maar het adres in de tomtom. Ook hier blijkt niets van een camperplaats. Een camping die we wel vinden ligt op 8 km van de stad Tartu in de middle of nowhere. Geen busverbinding en fietsen langs een drukke weg dat zien we niet zitten. Dan maar naar de volgende plaats.
We rijden ineens door een behoorlijk heuvelachtig landschap. Wim heeft het zelfs over de Alpen van Estland. Komen we zomaar langs een openluchtmuseum. Dit museum is wel open. We gaan hier maar wat cultuur opsnuiven. Het openluchtmuseum heeft veel oude originele gebouwen die een indruk geven van het boerenleven in de streek Polva. De meeste gebouwen zijn gebouwd  rond 1880. Er staat een windmolen naar Hollands model, boerderijen met stallen, opslagplaatsen, een schooltje, een hout gestookte sauna en een miniatuur model van de omgeving van Polva. De gebouwen zijn ingericht met allerlei voorwerpen en foto’s.



We zoeken de camping op en die blijkt bij een boerderij te zijn. We worden hartelijk begroet door de bazin en door de hond. Achter de woning is een leuke weide met allerlei voorzieningen. Er zijn zelfs speeltoestellen voor kinderen en een soort prieel met keuken voorziening en grillplaats. Een leuke kampeerplek maar helaas geen andere bezoekers.

maandag 15 juli 2013

Verder langs het Peipsii meer naar de westzijde ervan. We zijn benieuwd of daar meer te beleven valt op het meer, want tot nu toe hebben we op dit grote meer nog geen boot kunnen waarnemen.
We vinden een plek in Kallaste ongeveer halverwege de westkust. Een minicamping bij een hostel met pal voor de deur een strandje waar al heel wat volk geniet van het verkoelende water en spel.
Het water is hier schoner dan aan de noordkant, waar we vandaan komen.
 Maar ook hier vrijwel geen verkeer op het water. In totaal hebben we nu 4 bootachtige verschijnselen op het water kunnen zien! Toch merkwaardig. Zou dit te maken hebben met het feit dat de grens met Rusland midden door het meer loopt?
Het plaatsje oogt zoals vele plaatsjes hier. Oude houten woningen en wat nieuwe, vaak van steen. Ook is hier een deel van een rif te zien, van rood zandsteen. Het loopt langs het meer naar het zuiden en steekt zo'n 5 a 6 m boven de waterspiegel uit.
 

zondag 14 juli 2013

smolnitska

We gaan op weg naar het Peipsimeer. Onderweg kunnen we ook het klooster van Kuremae bezoeken. Op 13 km voor het klooster zijn er wegwerkzaamheden. Vandaag wordt er niet gewerkt maar we moeten wel 13 km over een zand/grindweg rijden. Daar wordt de camper niet schoner van. Gelukkig is de weg bij het klooster weer normaal. Het klooster complex is groot. De kathedraal met zijn koepels is al van verre te zien. Het klooster heet Puhtitsa. In het Estisch betekend dat “heilige plaats”.
Dit klooster is het enige oosters-orthodoxe nonnenklooster in de Baltische staten. Er zijn al heel wat bezoekers. Volgens Wim wordt er veel Russisch gesproken. We mogen in  de kathedraal alleen in het voorportaal en kunnen dan een blik werpen in de kathedraal. Er wordt een mis opgedragen en wij zijn volgens de nonnen niet voldoende bedekt. We krijgen zo ook wel een indruk. De tuinen in het complex liggen er allemaal keurig verzorgd bij. Er zijn mooie bloembedden.

Grappig is de manier waarop ze hier hout stapelen. We hadden het onderweg ook al eens gezien.

We rijden weer verder langs eindeloze bossen en hier en daar een stukje moeras. We rijden nog even naar de Russische grens bij Vasknarva maar er is hier geen grenspost die je zou kunnen passeren. De grens ligt namelijk in het water. Overigens wordt dit gebied voor 90% bevolkt door Russen. Het is dan ook een gebied dat door de Esten niet als Estland wordt beschouwd.
We vinden een camping waar het gezellig druk is. Er blijkt een feest van vissers te zijn. De vissers zitten in een feesttent en de muziek staat op volle sterkte. Wij zoeken een plaats ver naar achteren op het terrein. De camping is zeer primitief en heeft, net als de camping in Toila,  een grasmat en mooie grote dennen rondom. Hier en daar een berkenboom en wat huisjes. Het Peipsimeer is bijna pal voor de deur. Na onze lunch gaan we lekker zwemmen. Je moet wel heel ver het water in om geen grond meer onder je voeten te hebben maar het water ziet er wat groen gestipelt uit (alg?) maar is heerlijk van temperatuur. Het fijne zand op het smalle strand ziet er mooi uit, net als bij ons in Ouddorp.  Je kunt er bijna niet op lopen, zo warm is het.
Na onze zwempartij krijgen we van een van de vissers 4 vissen uit het meer aangeboden. Hij had al eerder naar Wim gewenkt maar die had daar niet meteen op gereageerd. Hij wilde vis aan “die Niederlander” geven, gerookt en wel. De smaak is te vergelijken met makreel maar minder vet en minder graten, heerlijk!  Na de vismaaltijd wilde Wim de (Russische) vissers bedanken, met als resultaat dat ze hem nog meer aanboden en ook Russische Wodka. Dat vond Wim te gek en als tegenprestatie bood hij een fles jenever aan (“Hollandse Vodka”). Dat konden ze wel waarderen.
Wim heeft een hele tijd met ze gepraat, nou ja, gebarentaal en proosten lukt altijd wel. Er bleek ook een journalist van de Pravda bij het clubje te zitten en die sprak wat Engels en fungeerde als tolk. De vissers waren nieuwsgierig naar de leeftijd en het inkomen. Zij bleken ongeveer even oud, gepensioneerd en rond te moeten komen van ongeveer € 250 per maand. Bij het afscheid kreeg Wim weer van alles aangeboden maar kwam uiteindelijk terug met een fles limonade en een blikje bier. Uit het gesprek met de journalist bleek dat Russen over het algemeen zeer vrijgevig zijn. Tja, daar hadden wij tot nu toe een heel andere kijk op.
Aan het eind van de middag hadden de russen wat moeite om op de been te blijven staan. De gigantische hoeveelheid alcohol die ze hadden binnen geslagen had zijn werk gedaan.

We besluiten om maar naar Nederland te gaan. We hebben zo veel gezien de afgelopen tijd, dat we daar wel even op kunnen teren. We maken nog ...